Publicaties

Hieronder vind je de publicaties die tot nu toe over het NER zijn verschenen. We hebben per artikel een korte Nederlandse samenvatting toegevoegd, samen met een link waar je het volledige artikel kunt vinden.

Depressieve klachten komen vaak voor bij mensen met een eetstoornis. Eerder onderzoek laat zien dat depressieve klachten eetstoornissen kunnen verergeren en het herstel bemoeilijken. Deze studie gebruikte gegevens van 1308 mensen die tussen 2015 en 2024 aan het NER hebben meegedaan, om te kijken of depressieve klachten samenhangen met hoe eetstoornissen zich in de tijd ontwikkelen. Daarbij werd gekeken naar zowel symptomen als hun eigen beleving van de stoornis. Mensen met meer depressieve klachten aan het begin hadden een grotere kans om ook later nog een eetstoornis te hebben. Dit gold zowel voor objectieve symptomen als voor hoe mensen hun eigen herstel ervaren. Dit verband bleef zichtbaar gedurende de hele follow-upperiode. De resultaten benadrukken dat het belangrijk is om depressieve klachten tijdens de hele behandeling van eetstoornissen goed in kaart te brengen en te behandelen.

Lichaamsontevredenheid speelt een belangrijke rol in het ontstaan en in stand houden van eetstoornissen. Dit onderzoek keek naar hoe omgaan met emoties samenhangt met lichaamsontevredenheid bij mensen met een eetstoornis en mensen die daarvan zijn hersteld. Er werd gekeken naar twee strategieën: het onderdrukken van emoties en het anders interpreteren van situaties (herwaarderen). Mensen met een eetstoornis die vaker emoties onderdrukken, hadden meer lichaamsontevredenheid op hetzelfde moment. Deze strategieën bleken echter geen veranderingen in lichaamsontevredenheid over de tijd te voorspellen. Dit gold voor zowel mensen met een eetstoornis als voor herstelde personen. Daarnaast verschilden de uitkomsten sterk per individu. De resultaten suggereren dat emoties onderdrukken en lichaamsontevredenheid samen voorkomen. Mogelijk versterken ze elkaar, maar er is geen bewijs voor een oorzakelijk verband over langere tijd.

Het percentage mensen dat volledig hersteld van een eetstoornis is nog steeds erg laag. Om dit te begrijpen, is kennis
over wat eetstoornis herstel voorspelt erg belangrijk. Deze studie onderzocht de effecten van vier voorspellers (duur van de eetstoornis, depressie, purgerend gedrag en body mass index (BMI)) op drie verschillende definities van herstel. Deze definities waren gebaseerd op mensen hun eigen mening over herstel, herstel volgens klinische standaarden, en verbetering volgens klinische standaarden. We vonden dat een lagere score op depressie meerdere definities van herstel voorspelde, en daarom verdient dit aandacht gedurende de eetstoornis behandeling.

Onderzoekers gebruiken vaak een andere definitie van herstel dan patiënten zelf. In deze studie onderzochten we wat (voormalige) patiënten met een eetstoornis onder herstel verstaan. Deelnemers van het NER met een huidige of eerdere eetstoornis (n = 814) beoordeelden hun eigen herstelniveau (huidige eetstoornis, gedeeltelijk of volledig hersteld). Daarnaast werd herstel bepaald volgens onderzoekscriteria van Bardone-Cone et al. (2010).

Van de 179 deelnemers die zichzelf volledig hersteld vonden, voldeden 96 (54%) niet aan deze onderzoekscriteria. Beide groepen verschilden niet significant in psychiatrische comorbiditeit, kwaliteit van leven of sociale en maatschappelijke participatie. De afwezigheid van eetstoorniskenmerken bleek voor veel mensen geen voorwaarde om zichzelf hersteld te voelen

Deze bevindingen laten zien dat herstel bij eetstoornissen niet alleen moet worden gedefinieerd op basis van symptomen, maar dat bredere gezondheidsindicatoren – zeker vanuit het perspectief van de patiënt – minstens zo belangrijk zijn.